Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H2 HET BYGELOOF.

Een God fchiep 't groot heeliil, 't is op zyn' wenk verrezen, Zyn liefde hoed het noch, hy wil uw vader wezen: Hy eischt uwe offers rnin', dan een godvruchtig hart. Wees deugdzaam, wees oprecht, verzacht uw' naastens fmart; Verdien den naam van mensch: dees wet is ons gegeven Van'tWezen,boven de aarde en 'tmenschlykbrein verheven.

Dit was des wysgeers leere, en de yvrende outerfchaar' Verwees hem tot de dood als een godslasteraar.

Verheven fterveling, die nu, in zaalger flreken, Het woên des bygeloofs voor eeuwig zyt ontweken! Die uit de lichtbron zelf die glansfen nu ontfangt, Waarnaar uw ziel op de aard' zo vurig had verlangd, Die waarheid, die gy gul aan 't menschdom wilde ontdekken, En die u tot een' prooi van priesterhaat deed ftrekken! Ontfnng, daar gy ten top van heil verheven zyt, Den traan, dien noch myn oog aan uw gedachtnis wyd. De waarheid treurt met my, daar ze, op uw zerk gezeten, Elk, die uw graf genaakt, noch haar verlies doet weten; Zy treurt, daar 't bygeloof in uw onfchuldig bloed Zyn' haat niet bluschte, en noch op de aard' dolzinnig woed*

C. LOOTS.

Sluiten