is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedichten van Ossian.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE BOEK.

57

Laat aan ons het gevecht, en aan Oscar Osfians krijgsroem! En, zoo ik fneuvel, gedenk, o Vorst! aan dien fheeuvvitten boezem, D'éénzafjen ftraal mijner liefde; aan Toscars dochter, met handen, Blanker dan 'tzuiverst albast. Vergeet haar niet, Vader! Zij ftaröogt, Van een verhevene rots, met een lieflijken blos op haar wangen, Over den landftroom ; terwijl haar zacht en flodderend hoofihair, Rondom haar hijgenden boezem . golvende fpeelt. En haar zuchten Strekken naar Oscar zich uit. Verhaal haar, dat ik mijn heuvlen , Als een ligtzweevende zoon van de lucht, kom bezoeken ; en zeg haar Dat ik haar hoop, in een wolk, op 'zijde te zweeven, die fchoone!'*

„Neen, zei ik, Oscar! verhef! verhef gij liever mijn praalgraf!

'k Sta u het ftrijden niet af! Maar-, de eerfte in het bloedigfte treffen.

Zal u mijn arm doen zien, hoe Fingals nakoomling moet ftrijden.

Doch, gedenk, o mijn zoon! dit zwaard, dezen boog, en mijn jagthoora

Meê in mijn duistere, en enge verblijfplaats te'leggen, en laat dan

Een grauwachtigen fteen haar kenbaar maken aan 't nakroost.

Oscar.' ik heb geen Benlinde aan de zorg van mijn' zoon te beveelen!

Everallinc is niet meer! Die bekoorlijke dochter van Branno!"

Dit waren onze gefprekken, toen Gauls helklinkende ftemme

Tot ons kwam met den wind. Hij zwaaide het zweerd van zijn' Vader

Boven zijn hoofd, en het heir deed den aanval tot dooden en wonden.

Zo, als witfchuiménde golven zich , zweilende , en brullende , ftorten •

Over den afgrond; en zo, als flibbrige klippen het woeden

Van die golven weêrftaan ; is de aanval., en 't palftaan der ftrijdren.

Man tegen man is in ftrijd, en ftaal tegen ftaal zich verbrijzlend.

Overal klinken de fchilden, en vallen de ftervende krijgsliên.

Als op den gloe'jendcu zoon van de fmidfe een honderdtal hamers,

Zo verheffen zich telkens, zo klettren ook telkens hun zweerden.

Gaul druischt vooraan, als op Ardven, een wervelwind.'t Zweerd, dat hij opheft Is de verdelging der helden. En Swaran gelijkt, in 't verwoesten, Naar het vuur der woestijn , op de hei van 't weergalmende Gormal.

D 5 Hoe