Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOORREEDEN. W

verkoren heeft, 't welk in fiaat was hem geluk' kig te maaken, naamlijk eene vrije ziel en een gerust geweeten, dewijl naar mijn denkbeeld, al die geenen welke deeze jchoone dingen bezitten, oneindig ver boven alle rampfpoeden verheeven zijn, en noemt men iemand gelukkig, dan dient men ook te weeten of hij groot van geest genoeg is, om dat geluk te handhaaven en 't zelve niet te verwaarloozen. Want wat is toch geluk? — Immers niets anders dan een zuiver vergenoegen *t geen wij ons zelfs aandoen, buiten dien kan geen beflendig geluk op deeze wereld plaats hebben. Men mooge met dit denkbeeld verfchillen; men mooge mij desweegens veroordeelen; — Ik kan 't niet helpen. — Ik blijf in dit geloof.

Ik heb tijden van voorfpoed beleeft, die ik toen echter op haare waarde niet gefchat heb, en nu ik ze verkoren hebbe, zie ik hoe nuttig 't zcl zijn om in dien ze mij eens weder mogten overkomen, dezelve beeter te gebruiken. — Wat tegenfpoeden zijn behoef ik niemand te vragen, haare fnerpende roeden heb ik al mede ondervonden, doch te gelijk ook geleerd, dat zij aan d: ziel die jlerkte bijzetten, waar door men de besu daaden kan uitvoeren. Ik heb alle de range"* 2 (jet

Sluiten