is toegevoegd aan uw favorieten.

Mijn tijd winst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE GESCHIEDENIS. I67

Lord fterken dorst had, wierd hij op eenen appel belust, en vroeg aan het kind ! — wat zijn dat voor appelen Atriendje? — zuure, Mijnheer, antwoorde den jongen: wilt gij er mij wel een van geeven ? — Ja wel , mijn Heer , al wilde gij er zes hebben ! ■ de Lord, bekoord door de gulheid van den knaap , zag hem fterk aan , en voelde eene aandoening waarvan hij de oorzaak niet begrijpen kon. —~-» hoe is uw naam? vroeg hij. * ar tuur

mijn Heer: op deezen naam, wierd de

Lord, die ook zoo heette, nog fterker aangedaan: i. wie is uw vader ? ■■ Dien ken ik niet , want men heeft mij gezegd , dat

hij mij niet kennen wil! — Maar! ik heb

nog een' grootvader die heet mackwill, en ik heb een' moei genaamd b e t t i j ! < maar hoe heet uwe moeder? "■ marij , doch deezen naam heeft zij niet altijd gehad , hoe was zij dan van te vooren genaamd? —— dat weet ik niet meer; het was zoo wonderlijk: —— intusfchen overreikte de knaap een' appel aan den Lord: deeze kuschte hem daar voor wel honderdmaal, en was zoo fterk ontroerd dat hij uitriep, mijn zoon , mijn lieve zoon , zie daar de kracht

der natuur! hij weende, nam den jon-

L 4 ge»