Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE VERHANDELING. 22?

grootfte gebrek, het welk de uitvloeifels van zijn wijsgeerig verftand bezoedelde ; Want zoo lang de meenigte, van kundige en door har verkoozene hoofden voorgeligt wordt, Ieeveren haare daaden de fchoonlte blijken op van eene welingerichte Regeering ; maar bijaldien men ODgelukkig genoeg is , om als wergeevcr in het denkbeeld te vallen , dat de meenigte verilandig en ftandvastig genoeg is , om de oppermagt te kunnen bellieren , dan ilelt men dezelve bloot aan verwarring, onrust en bedrog , gelijk het laatfle inzonderheid bleek aan pisistratus, die zig, van 's volks dwaaze toegenegenheid bedienende , tot een' dwin» geland opwierp, en zijne gevloekte heerschzugt tot in volgende genachten voortplanttede, zoodanig dat Athene vijftig jaaren lang onder deeze dwinglandij heeft moeten zugten; het welk solos , die reeds wederom door het volk vergeeten was, zoo veel verdriet baarde , dat hij zig zelfs op het eiland Cijprm bandde , alwaar de gelladige herinnering van de onder» drukking zijns vaderlands zijne dagen weldra deed eindigen.

Niet tegentlaande het zigtbaar gebrek, dat in de wetten van solok doordraaide, en dat rot P a dt

Sluiten