Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 151 )

men vereischt werden om daar toe te befluiten, dan wanneer een enkele meerderheid daar toe voldoende was. Om de zelfde reden zoude een Mogendheid, met welke zulk een Natie in oorlog was, veel gemaklyker derzelver raadflagen kunnen in verwarring brengen, of hindernisfen aan de uitvoering van dezelven in den weg leggen; en een Mogendheid, die een verbond van koophandel met dezelve had opgerigt, zoude haar met minder moeite kunnen beletten, met andere volkeren dicrgelyke verbindtenisfen aan te gaan, hoe heilzaam dezelven ook voor haar mogten wezen.

Men denke niet, dat onheilen van dezen aart allen fchcpzels der verbeelding zyn. Republieken hebben, by hare menigvuldige voordeden, onder anderen dit nadeel, dat zy te zeer openftaan voor omkopingen door buitenlandsch geld. Een erflyk Vorst, hoe zeer dikwyls geneigd om zyne onderdanen aan zyne ftaatszugt op te offeren, heeft zo veelperfoonlyk belang in het Staatsbeftier en in de uitwendige glorie van zyn volk, dat eene vreemde Mogendheid hem bezwaarlyk iets kan aanbieden, welk gelyk ftaat met het gene hy zoude moeten opofferen, door verraad te pleegcn tegen zyn eigen land; en dit is oorzaak, dat de wereld maar weinige voorbeelden van Konin* K 4 gen

Sluiten