Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 28 )

mende berichten van het naderen der Pruisfen op het grondgebied van Holland, min ontmoedigend te maaken; onder deze behoedmiddelen kan men ook tellen de volgende opbeurende tijding, welke men in de Vaderlandfche Courant N°. 119. den volke berichtte.

Van de Maas, op de Franfche Grenzen, den 13 Sep-

tember. Men verwagt alle oo,.enblikken de tijding van „ den inmarsch der Pruisfifche Troupen op het Hollandsen

grondgebied, waar van het bevel tot den optogt der „ Franfche Troupen onmiddelijk zal afhangen. Zeeker is „ bet, dat het Camp bij Givet zal zijn van 36,000 man„ nen, en dat 'er nog een ander Fransch Leger zal verza„ meld worden bij Philippeville ea.Maubeuge: Dezer da„ gen is reeds een fterk transport van meel in de wisga„ zijnen van deze laatstgemelde Stad gebragt; en te Char„ leville zijn 10 duizend zakken koorn gereed. Ook fpreekt „ men nog van een ander Fransch leger, 't welke gefor„ maerd zoude worden van St. Gerard over de Maasj

tot aan Spontin, door Godinne, en men verzeekert dat „ de Franfche Artnée naar M.astricht zai naderen, in ge„ valle de Pruisfen Utrecht aantasten."

Alle deze Legers formeerden zig echter flegts in het hoofd der (tellers, van diergelijke bemoedigende berichten, en wij brengen het bovenstaande flegts tot een (taaltjen bij, van de middelen, welken men oordeelde te moeten aanwenden om de burgerij van wanhoop, oproer en onderlinge fcheuringen aftehouden; waarom men dezelve ook met deze en diergelijke bemoedigende aanfpraaken deedc vergezeld gaan, gelijk men op die tijding in hetzelfde Dagpapier in deze kragtige bewoordingen deedt volgen:

Waarde Landgenooten!

„ De toeftand van het dierbaar Vaderland is allerake„ ligst, dit zal niemand ontkennen."

Maar de zaak is nog niet verlooren — het cordaat gedrag van de braave VroeJfchap dezer Stad — de moed en flandvastigheid van Gecomtituesrden en den Burger krijgsraad — de toevloed van dappere auxiliairen uit alle oorden, welke toevloed nog ftaat te vermeerderen, zo dra het gerucht ivegens den moed van Araftels burgerij zich over de gantfche Republiek verfpreidt — de nadering der Franfche Troupen — de zo zichtbasre hulp van den Hemel, door eerst die winden te verleenen, die tot de inundatiën zo hoog noodig waren, en nu een' Iterken wind te doen waaijen uit het zuid-oosten, teu einde de Rivieren zo te doen afloopen, dat onze vijanden dezelven met sene fchepen zullen kunnen bezetten, en onze naderende hondgenmen over dezelven des te gemakkelijker zullen kun-

men

Sluiten