Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 216 )

waar door veele kooplieden geheel geruïneerd zijn; de Hcllandjcbe kooplieden begrijpen dit ook, en hebben daarom geen of weinig credit meer voor de Gelderfcben , dus moet elk zijn laatfte ftuivertje bij een fchraapen, of Op het overfchot van zijn bezittingje geld op intrest nee»en , om zagtjens weder aan den gang te koomen, en het brood re winnen ; en intusfchen hebt gij zeeker ook wel gehoord, dat die zelve asfignaaten, welke men als voors, en dus tot ruim 9 ft. de livre heeft moeten ontvangen, openlijk te Amflerdam op de beurs, reeds voor 2 en 2| duit of vijf' penningen de Livre zijn verkogt. Wat dunkt u nu, Landman? zeide hij, gij kunt op zijn hoogst genomen, als u geen duit voor uwe geleverde requifitien betaald wordt, maar één. jaar Revenuen van uwe Landgoederen verliezen, maar wij kooplieden hebben dikwijls ons geheele capitaal, jaa veel al een gedeelte op credit, en dus meer dan wij bezitten, in onze winkels, en wij hebben dit alles moeten overgeeven, cn houden niets over dan papier, daar wij niets voor kunnen koopen, ten minften voor het tegenwoordige ; wat zijn daar en boven de fteden nog niet'bezwaard geweest met zwaare inquartieringen, en onderhoud van bruggen en hospitaalen, al* anderzints, die dezelve met duizenden aan fchulden hebben overladen.

Wat dunkt u nu Landman ? ging hij voort, wie hebben nu grooter reden van klaagen , en wie hebben meer geleeden ? de ftedelingen , of de Landman i

En gij Hollander, zei hij tegens mij, gij hebt nu den toeltand van landman en koopman beide gehoord vergelijk nu eens den toeftand der Hollanders met den onzen daar is alles Provinciaal gedraagen, en ieder heeft dus' daarin gedeeld, derhalven is eene gelijke geldheffin* daar geene de minfte hardigheid, maar in deeze Provincie blijft elk voor zijne perfoneele fchaade tot nog toe zitten } hoe kan dus in deeze Provincie in dien toeftand van zaaken eene geforceerde geldheffing gefchieden, zonder jegens zommige burgeren de grootfte hardigheid en onrechtvaardigheid te pleegen? Geloof mij mijn vriend! de (jelderjche burgers en Vaderlanders zijn zoo goed gezind als de Hollanders, maar deeze ongelukkige Provincie heeft grootelijksch den last van den oorlog getorst, talrijke Franfcbe legers heeft deeze Provincie gediiurende zeven a agt maanden in haaren boezem moeten voeden • enorme kosten aan bruggen, hospitaalen en andere benodigdheden, ten dienfte der Franfcbe armée, heeft deeze ] rovmeiemoeten draagen, en dus met één woord, deeze Provincie is uitgemergeld, door de gevolgen van den oorlog, en die inwooners hebben gewis ten minften dub-

beld

Sluiten