is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 DE WINTER.

Barst de Waalgod thans van fpyt,

Dat hy, als in vroeger tyd, • Nu niet, met zyn' glazen wagen, Vrolyk wordt naar zee gedraagen,

Of zyn ftroombaan opwaards rydt; Samelt hy thans air zyn krachten, Moè van langer dus te wachten,

Om het yzer, dat hem boeit , Met zyn fchoften los te dringen, Hooren wy hem persfen, wringen, 't Kerkerflot aan fpaanders fpringen,

Onder'wyl zyn bedding groeit?...

Voelt de Rhyngod zich gepraamd, Daar het ys zyn' wagen fchraamt, Moeten dyken, dammen, velden, Die losbandigheid misgelden,

Is 'er niets dat blydfchap aêmt ?... Staat all' wat de hand der lente Op de malfche takken entte,

Thans verfteven door de vorst; Schynt natuur, met all' haar verven, Verr' van leeven, heel te ftervcn, Moeten,wy haar fchoonheid derven, Is de grond een marm'ren korst?...

Zit