is toegevoegd aan je favorieten.

Iets zakelyks voor Utrechts burgeren, bevattende de vijfde, sesde, sevende en achtste stukken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 186 )

derzoek der befwaaren, welke eeniglyk contineren en betrekking hebben tot de hertelling van de Staats en Stads Regeringen ; zonder zig te immisceren in 't onderzoek en beoordelinge, van zoodaanige poinften die gccenfeerd moeten worden Domefticq te zyn, en de particuliere directie van de Stad, derzelver Gilden , en Domefttque verordeninge te betreffen, en aan den anderen kant', ten volle geperfuadeerd en geconvinceerd zynde, van de allenzints bekende kundigheid en voorzigtigheid, eri meermalen betoonde yver, in het waaken voor, en maintirieren van de Regten en Privilegiën dezer Stad, van den Heer Oud Burgermeester van den Boogaard niet avers zouden zyn, UwEd. Achtb. aan te raaden , de behandelinge der zaaken in de Commisfie van Hun Ed. Mog. Gecommitteerdens, aan de prudentie en doorzigt van de Heeren Gecommitteerdens wegens deze Stad, over te laaten, zonder Hun Ed door eenige \lnftruffie te bepaalen, dewyl de Vroedfchap zig kan verzekerd houden, dat Hun Edelens zonder eene nadere Infiruftie, uit zig zelve niet zouden nalaaten , wanneer eenige zaeken tot het Domeftique bewind der Stad behoorenden onverhoopt in de hier voorgemelde Commisfie van de Heeren Hun Ed. Mog. Gecommitteerdens, ter deliberatie wierden voortgebracht, dezelve te obloqueren, en op het kragftigst te infteeren dat dezelve buyten overweginge en discusfie worden gehouden; mitsgaders dat wegens die zaaken geen rapport aan Hun Ed. Mog. de Heeren Staten dezer Provintie worde gedaan, maar aan de deliberatien en goedvinden van de Stad worden overgelaaten.

Dan naardien de Heer Oud Burgermeester van den Boogaard verzogt had, des aangaande van het fentiment van den Raad te moogen worden geinformeert, en de Vroedfchap