Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24 LENARDO EN BLONDINE.

„ Hey, holla! waak op, ó Bourgondiefche vorst! Wyl 't koningsjuweel door een' hond word bemorst; Blondine , uw lief kind, word op 't fchandlykst verkracht; Een eerlooze flaaf heeft haare eer in zyn magt!"

Dit dreunde den grysaart zo dof door den kop; Hy had met zyn eenigste kind zo veel op; Hy fchatte haar hooger dan fcepter en kroon, En hooger dan zynen weêrglansfenden troon.

Woest vliegt de vorst op, na dit yslyk gehoor : , Dat liegt gy, verrader! dat liegt gy my voor! Uw bloed zal 't my boeten; dat florpe de grond, Beliegt my uw laage, vergiftige mond!'

,, Ik ftel u, 6 grysaart, myn leven ten pand. Kom , fpoed u, vlieg heenen, zie zelf uwe fchand'! Myn bloed mag 't u boeten; dat florpe de grond, Beliegt u myn braave, myn eerlyke mond!"

De vorst rent, met blinkenden dolk, hem nu voor; 't Verraderlyk ondier kruipt na, op het fpoor, En wyst hem, langs distel, brandnetel, en fteen, Naar d'ingang der donkere kelderdeur heen.

Hier

Sluiten