Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LENARDO EN BLONDINE. 31

Daar hoort zy het flaan van het middernachtsuur,

En 't ftarrenheir flikkert aan 't donker azuur.

„ 6 Wee my!... myn boezem!... wat voorgevoel Hoort ?..."

Stil — luister: daar kraakt de verborgene poort.

Een jonker, in akelig rouwfloers gekleed,

Staat voor haar, met doodshembd en fakkel gereed *

Hy legt een' verbrokenen trouwring, bevlekt

Met bloed, voor haar neder; hy zwygt, en vertrekt.

Nu volgt hem een jonker, in purper gekleed;

Hy heeft eenen goudenen beker gereed, Voorzien van een hengfel, een dekfel, en knop, En met het hoogvorstelyk zegel daarop.

Nu volgt hem een jonker, in zilver gekleed; Hy heeft een' gezegelden doodbrief gereed ; Hy geeft aan de ontroerde prinfes het gefchrift; Hy buigt, en Itilzvvygend vertrekt hy, met drift.

En als de prinfes nu, met angffigen geest Enfnelrollende oogen, 't gefchrevene leest, Bedwelmt haar een nevel, en , fnakkend naar lucht, Stort ze ylings ter neêr, of haar de adem ontvlugt,

En

Sluiten