is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG.

Eenzaam dolende, en onkundig Van den weg, vermoeid en nat,

Deed uw licht my herwaart treden:

Ik ontdekte niets dat reden Voor uw' feilen angst bevat.

Spreek, wat flag u dus kon treffen:

Mooglyk reeds dit oogenblik Kon ik u myn hulp verleenen: Spreek, van waar dit raadloos vveenen? Wat veroorzaakte u dien fchrik ?

Ach! gy hoorde, zegt zy, fnikkend,

En door zuchten ftaag gefloord, Die geduchte donderflagen, Zaagt den blikfem, en de vlagen Van den ftorm hebt gy gehoord.

In die vrecslyke oogenblikkert,

Toen, aan zyn getrouwe borst Ik myne oogen hield verborgen, En hy zelfs zyn vrees en zorgen Om myn' angst niet uiten dorst:

107

Ach!