is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwjaarsgeschenk aan mijne kinderen, in eene aanspraak bij het einde van het jaar 1797

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M A T T H E U S X: vs. St>. 39

Nu dan, kinderen ! dien dit aangaat, valt voor God en den Heere Jefus neder. Bidt om genadige vergeeving, en om de verbetering van uw hart; en zondigt zoo niet meer, op dat U, niet wat ergs in de waereld, en in de eeuwigheid, overkome.

Maar ik wil beter van U denken, kinderen! ik wil gelooven, dat gij uwe ouders lief hebt; maar laat ik U dan vraagen: hebt gij ook, vader en moeder lief, boven God en Jefus? of hebt gij al geleerd , al is het ook maar in de beginzelen, God en Jefus boven allen lief te hebben ? Het kan wel zijn, dat de meesten zich hier moeten befchuldigen. Is dat zoo, is 'er nog geene waare liefde tot God en den Heiland in uw hart; o, hoe zult gij den toorn Gods ontvlieden, als gij God en den Heiland, die zulk eene groote liefde hebben tot de menfchen, niet lief hebt boven allen? En immers God en onze Zaligmaaker zijn het waardig dat wij Hen liefhebben.

Denkt dan na op uw verkeerd beftaan, op dat gij 'er U over moogt bedroeven, en zoekt , de liefde Gods en des Heilands, in uwe harten te verkrijgen door den Heiligen Geest.

Is 'er een kind , het welk denkt: ik , die zoo ontbloot ben van de liefde tot God en den Heere Jefus, hoe zal ik, God en Jefus, door den Heiligen Geest, lief krijgen? Ik andwoorde aan zuilc een kind: als de Heilige Geest U doet gelooven de liefde van God en van Christus Jefus tot arme zondaars, die wij U, hier, geduurig, prediken.

Hoort dan toch , aandachtig en biddende, naa het geen U, van God en zijne genade in Chris* tus, van den Zaligmaaker, zijn lijden en dood voor C 4 de