Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER ZOO GEKEE DIEREN. 2,7

de dieren; het begint te gelijk met loopen ook het geluid natebootfen; het gaat fpreeken. ' De mensch koomt vervolgens langzaamerhand tot volwasfenheid, dat is, tot dien Haat, waarin hij zijne volkoomen grootte en gedaante bereikt heeft, dat bij *den eenen wat vroeger, bij den anderen wat laater, en bij de vrouwen doorgaans vroeger dan bij de mannen ,iii Wij zullen den mensch in dien volmaakten ftaat I nu deel voor deel wat nader befchouwen.

Van alle deelen van den mensch is het Hoofd het voornaamfte en het Gelaat is het eerfte, dat ons bij een mensch in het oog valt. Elk mensch heeft een ander gelaat; men vindt geene twee menfchen die volkoomen eenerlei gelaat hebben , waardoor men gemak lijk den eenen perfoon van den anderen kan onderfcheiden; het .gelaat is ook als een fpiegel, waarin men zien kan wat .in de ziel omgaat; droefheid, blijdfchap, tevredenheid, •gerustheid, bekommering, vrees, fchrik', verwondering , afgrijzen , nijd , haat, liefde , wellust, gramfchap, in kort, alle hartstogten hebben haare kenmerken in 's menfchen gelaat, hetgeen de Phyfionomie genoemd wordt.

Voornaamlijk vertoonen zig die hartstogten in de Oogen. Behalven de grootte en gedaante van dezelve heeft bij de menfchen een groot verfchil in de oogen plaats, naamlijk in de kleur ; men vindt menfchen met donkerbruine, met ligtbruine, met graauwe, met groenachtige , met blaauwe oogen; het deel van het oog, daar die kleuren in gezien worden, wordt de Regenboog

Sluiten