Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *3 )

deswegen met den Leeuw in het ftrydperk te begeven.

Als men hun wat te eten bragt, dan maakte zich het kiene beeftje 'er wel dra neefter van; en was, volgens den aart der tonden, zeer inhalig. Het zettede zyne pootjes daarop, knorde, blafte, en vloog dei Leeuw ftoutmoedig inhetgezigt. Dan, dit ^ootmoedig dier werd daarom met boos op^zynen makker; hy deinsde zelf ageer uit, en fcheen voor deszelfs aanval als vervaard te wezen; ja hy raakte 'er niets van aan, voor dat zyn lieveling hem daar toe als verlof fcheen te geven.

Wanneer zy beiden verzadigd waren, en de Leeuw zich te flapen lag, gebeurde het dikwyls, dat deze kiene fielt dit niet toelaten wilde. Dan liep en fprong hy rondsom hem, blafte tegen hem, krabde hem met zyne pootjes aan den kop, trok hem by de oren, en beet hem; in welk alles dit edel dier geene andere aandoening blyken het, dan die van vergenoeging en weltevreden-

Omtrent één jaar daar na werd het Hondje ziek, enftierf; hetwelk zynen begunftiger B 4 in

Sluiten