Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ai DE VRIENDSCHAP.

Lagcht ons de voorfpoed vrolyk aan, Dan doet de vriendfehap ons op 't pad van rozen gaan, En fehenkt meerwaarde aan 't heil dat we ongeftoord genieten;

Dan klinkt het vrolykst harteüed; Dan ziet ons blinkend oog een bron van wellust vlieten, In 't ftreelendfte verichiet.

En barst de orkaan van tegenfpoed Op 't hoofd van hem ter neêr, die vriendfchap hulde doet, Dan is die zelfde vriend, die voorfpoedszon zag fehynen,

Voor 't afgefolterd vriendenhart Ten troost; dan doet zyn hulp de nevels vaak verdwynen, En fpoedig vlugt de fmart.

Gelyk een zagte lentelucht Natuur, die nog in 't kleed eens barren winters zucht, Met leven , vuur, en kracht, verkwikkend koomt omgeven :

Zo fehenkt een vriend in tegenfpoed , Hoe ook de noodftorm loeij*, vernieuwde kracht en leven Aan »t treurige gemoed.

Eén

Sluiten