Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AAN BEDROEFDEN. 29

Ja, my uw gistren ontmoetende blik, de traan uwer oogen

Stroomden dees beelden , — ach, beelden der waarheid!... in myne ziele.

Éénzaam , verlaaten , zie ik u wandlen onder de menfchen!

Menfchen? .. Hoe weinigen kennen, verftaan , uwe fpraaklooze trtanen !.•.

Maar — 6 de Englen des hemels, Englen, weleer ook menfchen,

Kennen, verftaan en gevoelen uwe fpraaklooze traanen met wellust.

Zie myne hand het niet waagen, den vloed uwer traanen te droogcn.

Troosten (lechts wil u de vrindfchap; haar troost is meêwaarig weenen.

6 ! Hoe lang was de droefheid niet myne getrouwde vrindinnel

Kost gy het weeten, welk grievend , welk nimmer te fchilderend lyden,

Welk een gevoel van ellende, zints jaaren myn' boezem ddórknaagde!

Kent gy het lyden der ziele, als zy haar geliefde moet derven ? ...

Ach! gy leert nu haar lyden, als zy haar geliefde moet derven! —

Kent gy de wonden van "t hart, in onfpoed, door lastring, gefolterd?...

Eeuwig blyve u 't gevoel dier knaagende wonden onkenbaar!

Kent gy den last des kommers?... den brandenden prikkel der liefde?...

Den last des zwoegens naar eer, waar eere en verdiensten niet gelden?...

ó , Dan kent gy de geesfels, die altoos myn treeden geleidden! — I Maar —zie d'Engel der blydfchap, welks licht ik niet meer verbeidde: ' Yllings vertoont zich zyn glans op myne Reeds fombere paden.

6!... Hy voert my eene eedle, grootmoedige weêrhelft in de armen! \ Zie al mynen kommer verdwenen! Hoe zegen ik thans zoo veel lyden !

Ja, ik zegen myn rampen — zy leerden de blydfchap my kennen. lLoon, na lyden, ontvang ik, fchoon fpade. — Zy koomen, fchoon fpade,

Ja,

Sluiten