is toegevoegd aan uw favorieten.

Kleine dichterlyke handschriften. Eerste(-twintigste) schakeering.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

01' DE GODVRUCHTIGE ZÈLFMOÖRDËR. 103

Ik minde, en (maakte al ras het zoet Van, binnen korten tyd, myn' wensen te zien gelukken;

'k Wierd door den echt bekroond ; Zag al myn zorg beloont'; De vrede deed my heur gewenschte vruchten plukken; Ik riep: Ö God ! wat zyt gy goed!

De vader van myne echtgenoot, Die, onder Engeland, ons leger had bedreden, Was door myn hand geveld; Doch zulks deed geen geweld Op onze buwlyksmin; 'k bewees myn vrouw, met reden, Dat God gewis die daad bedoor.

Nu meldde ik myn geluk aan haar, Die ik als moeder eerde; intusfehen wierd myn leven My dierbaar, want ik zag My nu ook vader; ach! Dus riep ik, welk een hei! is my door u gegeven, Myn God ! dat gy regeert is klaar 1

'k Ontving hier op een' brief — wat brief! Welk eene ontdekking! maar ik zal my niet verzetten, Of morren tegen u, myn God ! Ik troost my in myn lot, Schoon my natuur — maar zy moet zwichten voor uw wetten! Myn misdaad is myn' Schepper lief.

G 4 » ln*