Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 154 )

Na veel zukkelens op zee, Veel gevaars , en moeilijkheden,

Uitgemergeld hier te rei; Hoedde ik mij, geen uur geleeden,

Voor een' iperwer, tuk op prooi. Om nu op en neer te fpringcn

In een engbeperkte kooi, En , mijn leeven lang, te zingen

Voor barbaaren, die welligt [Juist als of dit zang kost wekken]

Mij berooven van 't gezigr; Ot, ondanks mij zelv', doen ftrekkea

Tot ceu werktuig van verraad, Daar'k, nutraager, dan weêr radder,

Vastgekluisterd aan een' drad, Tusfehes aarde en hemel fladder?

't Zij ik, dat min fmaadlijk is, Doodgeprangd, geplukt, gcbmden,

Moet, aan eenen darden diseh, Snoeplust mèt mijn vleesch vcrzsaden!

Mensch-

Sluiten