Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5.1075- DE VALLENDE ZIEKTE. 807

verhaal zy ook gevonden word Ca), hy heeft nochtans in 't zelfde lyk de holligheden der hersfenen , met een uitgeftortte wei vervuld gevonden, de zeer beroemde Hunaald heeft in een volwasfe man, van gelyken aan de vallende ziekte onderhevig o-eweest, zodanige beenige punten onder de bovenfte langwerpige hersfen boefem gevonden , welke de hersfenen gefioken hadden {b) ; en in het lyk van diergelyke jongeling is in de kleine hersfenen een been van een onregelmatig maakzel gevonden, dat de lengte van een heele, en de breedte van een halve duim had (c).

Indrukkingen van het zelve. De holligheid van 't bekkeneel is natuurlyker wyze altyd vol , waarom, het zelve naar de dood afgefneden, niet gemakkelyk op de onderfte holligheid wederom kan gepast worden, om dat de hersfenen van het tegenhoudende been bevryd, opryzen: wanneer dierhalve de holligheid van 't bekkeneel door derzelver indrukking verminderd word , worden de hersfenen gedrukt ; waar door de vallende ziekte, en veele andere kwalen zullen kunnen ontftaan; gelyk §. 267. is gezegd geweest. . .

Krakebenige natuur der ader boezems. Tot de volmaakte volbrenging van de werkingen der hersfenen, word een onverhinderde beweging der fappen door de fiagaders , en de wederkering van dezelve door de aders vereischt. maar de ader boezems zyn als fommige afwendingen , in welke het bloed kan vergaderd worden, en wederhouden, ten minfte gedurende eenige oogenblikken , wanneer de vrye beweging van het bloed uit het rechter hart door de long, door de hoest, het laggen, en grote krachtuitoeffening belet word, en dus kunnen de krop'aders zich niet vry ontlasten; en dus moeten deeze boezems eenigzints kunnen wyken: indien zy dierhalve tot

een

Ca) 1'An 1711. Hift. pag. 36. Cf) Ibidem 1'an 1734. Hift. pag. 59. 60. (O Ibidem 1'an 1737. Hift. pag. fï.-; , Derde Deel. Kkkkk

Sluiten