Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3I76 DE SCHEURBUIK. S-ii^o,

droo-rt. of in de pekel bewaart, leeven, blykt de reede, waar-, bm zy dikwerviger aan de fcheurbuik onderhevig zyn.

En onder deeze befmet zy meest de geene, die t naaste aan de zee zyn gelegen enz. Aangezien in de allerergfte fcheurbuik , gelyk naderhand zal gezegd worden , een zware verrotting aanwezende is , zo dat de ellendige een doodlacht by zich hebben, en het gebrek van-voedzel van groentens , tot ue verrottingbereider.de, te recht onder de oorzaken van de fcneurbuik getèlt word, gelyk reeds is gezegd geweest, blykt oe reede vvaarom die menfchen voornamentlyk aan deeze ziekte onderhevig .zyn; te weeten de geene die aan de zee wonen , en vooral alwaar zy op zodanige plaatfen wonen , welke fomtyds door 't zeewater overftroomt worden, de geene die getracht hebben het zeewater gezond en drinkbaar te maken , hebben voor eerst die moeilykheid ontmoet, dat zy de aangename en halt verrotte fmaak niet hebben kunnen wegnemen ; want het zeezout, dat in dit water is, hebben zy daar gemakkelyk van kunnen affcheiden. waarom waargenomen word, dat, wanneer ue eb der zee het ftrand noch nlt, aan de ftraalen der zon bloot laat, 'er een allerleelykfte ftank door de nabuurige plaatfen verforeid word: en noch veel erger, wanneer de visfchen, de fchelpenenz., op 't ftrand uitgeworpen, fchielyk verrotten, nochte dit zal wónder fchynen, indien wy de menigte der visfchen, derzelver talryke voortteeling, en de bovenmatige grootte van fommte deezer, in acht nemen: edoch het grootfte gedeelte deezer fterft in de zee, en de doode riffen van deeze visfchen verrotten onder't water, indien een enkele walvisch op 't ftrand geworpen en aldaar geftorven, een onverdraaglyke ftank eenige mylen ver heeft kunnen verfpreiderf; wat zal het zyn, wanneer een zeer groot getal van deeze groote dieren in de zee verrot, want 'er zyn weinig zoorten van visfchen , die tot het menfchelyk ge-

Sluiten