Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Staatsregeling. §M

dagelyks in dit misbruik te buiten gaan, — hoe zal men by eene ligt uitfpatterde bende krygslieden de dronkenfchap en deszelfs heilloozen nafleep met gewenscht gevolg teegen gaan, Wanneer de Soldaat zyne Opperhoofden zich meermaalen daar in ziet toegeeven: met éin woord, zoo wel in elk byzonder huisgezin, als in het groot huisgezin van ftaat moeten de Huisvaders en Voorgangers xle gulde maatigheid betrachten , zal men met eenigen grond kunnen hoopen de onmaatigheid onder de middelmaatige en mindere burgers geweerd, lof ten minften grootendeels verminderd te zien.

Het derde middel ter weering der onmaatigheid, zoo wel ïn maaltyden by byzondere geleegenheeden, als in de dagelykfche huishoudingen , en waar van men zich veel ligt den besten uitflag zoude kunnen belooven , is het gezag der wet! ten ; elk een ziet lichtelyk, dat het in een jGemeenebest tert i uïterften moeilyk is, om zonder benadeeling der burgerlyke fvryheid de byzondere huisgezinnen der burgeren wetten voor té fchryven, die doch ook, offchoon men die ingevoerd had, door elk onwillige lichtelyk ontweeken en te leur gefteld konden worden , die wetten en inrichtingen> welke ter bevordering der goede zeeden zouden kunnen meede werken , moesten ■Voornamelyk in het oog.hebben; voor eerst: om de geleegenheeden , waarin men zich in den wyn , hier of fterke» (drank kan te buiten gaan, zoo veel moogelyk af te fnyden; ten tweede: om zelf by die geleegenheeden, door het houden [ van een waakend oog op alle bjitenfpoorigheeden , het misI bruïk zoo veel moogelyk tegen te gaan; en ten derde: otrt I de dronkenfchap en daaruit voertfpruitende ongebondenheeI dea op zoo eene wy.se te ftraffen , dat den dronkaart hier I door verbeeterd, en andere van dit misdryf afgefchrikt wier-* I den.

Wat het eerfte aanbelangd, hier toe zoude voornamelyk vart U dienst zyn, het aiïchaffen en verbieden van zeer veele nutteI looze en zoo wel voor byzondere huisgezinnen als hoögere of r laaaere Rechtbanken en Gilden ten uiterften verderflyke maalD tyden, die dikwerf zeer ten ontyde tot dronkenfchap en het E begaan der fchandelykfte losbandigheeden aanleiding geeven; | ik bedoele hier voornamelyk de Doop- en Dood-maaien | (die echter op veele plaatfen reeds in onbruik zyn) de niet fi eelden buitenfpoorige maaltyden der Gilden, die van een ■ «tneindig. aantal Geestlyke en Waereldlykè Vergaderingen ; Ge-

VAN DB

ONMaAX1GHEIOJ

Sluiten