is toegevoegd aan uw favorieten.

Verklaaringen der korte stellingen van Herman Boerhaave.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5.I3o4, DER ZWANGERE VROUWEN. m

naderhand noch zeven kinderen gehad, zonder dat haar eenige tegenfpoed over kwam.

Zo dra het kind ter waereld was gekomen, hield alle bloedftorting op, en naar de navelftreng onderzogt te hebben, heeft het gebleken, dat eene van de fpattige knoopen , welke men zo menigmaal in de navelader waarneemt, door ontvelling als geopent zynde, het bloed had geftort; het geen ligtelyk door de wryving van de omwindingen der navelftreng, om de hals, tegen elkander heeft kunnen gebeuren, het blykt tevens, dat de waare oorzaak voor het einde van de verlosfing niet heeft kunnen gekend worden , en de allerbeste Heelmeefter heeft zulks, wanneer dc vliezen reeds gebroken waren , naauwlyks kunnen verdenken, dewyl hy nimmer iets diergelyk gezien bad, en de affcheiding der moederkoek van de lyfmoeder de allerdik wervigfte oorzaak is van de bloedftorting uit de lyfmoeder : waar toe de volgende voorkennis van Hippocrates («) fchynt ^te behoren, zó een baarende vrouw voor de vrucht veel bloed zonder pyn kwyt geraakt, is 'er gevaar, dat de vrucht dood, of min levendig ter waereld komt. in het reeds aangehaalde geval , nam de bloedftorting ten tyde van de pyn toe ; maar wanneer de moederkoek geheel of ten deele afgefcheiden is , als dan zal de bloedftorting in de tusfchenpozmgen van pyn eerder toenemen, want Hippocrates zegd dSmvrq, wanneer de pynen der baaring reeds aanweezende zyn , en voor de vrucht, welkers voortbrenging oogenbliklyk verwagt word , en hy zegd zulks buiten alle pyn te gefchieden. want wanneer de weeën aanweezende zyn, wanneer de verlosfing aanftaande is, vervuld het hoofd van het kind de wydergemaakté opening van de lyfmoeder, de weeën verzagtende, dringt het zelve minder, en daar door verkrygt het bloed, dat uitvloeijen zal, een vryer weg. zou men daar de kennis van kunnen afleiden ? dit fchynt twyffelachtig. want zo het hoofd van het

kind

00 De fuperfoetatione Cap. V. Charter. Tom* VIL pag. %6%*

Hhhhhh a