Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r54 Leerreden

beoeffening, het verkrijgen van Gods barmhartigheid , van de vergeeving der zonden, en het eeuwig leven, afhangt. In welken zin zegt hier Salomo, die zijne overtreedingen bekent en laat, zal barmhartigheid verkrijgen? Wil hij daar mede zeggen, dat wij door onze bekentenis God beweegen moeten, om ons barmhartigheid te bewijzen ? Dat wij eerst uit ons zeiven daar toe komen , en het zoo ver brengen, moeten, dat wij onze zonden bekennen, en als wij het eerst zoo verre gebrast hebben, dat wij dan vraagen moeten, dan grond en vrijmoedigheid hebben, om te vraagen, zou God nu niet genegen en gereed zijn, om mij ootmoedigen enboetvaerdigenzondaar, om mijne vraagende en heilbegeerige zieie, barmhartigheid te bewijzen? Ik behoefden verftandigen onder mijne Toehoorders niet te zeggen, niettebetoogen, dat dit met deleer van zuivere genade niet beftaanbaar is. Maar wat dan? Het gezegde van Salomo rust op dien grond, dat God zelve zijne genade en barmhartigheid in Christus , de vergeeving en reinigmaaking der zonden, en het eeuwig leven door Hem verworven , belooft aan eenen iegelijken, die zijne overtreedingen voor Hem bekent. Op dien grond, op die Godlijke belofte, in het Euangelie aan. zondaars gedaan , rust deeze Helling , deeze Spreuk, een iegelijk, die zijne overtreedingen bekent en laat , zal barmhartigheid bij God verkrijgen. Die Godlijke belofte van vergeeving der zonden is het eenige , gefchikte en genoegzaame middel, onder de medewerking van den Godlijken

Sluiten