Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Leerreden

trouwheid verlochende en verdagt ftelde, niet met reden deeze verzogte gunst weigeren, voor al zo hij buiten die verklaaring van onze gezindheid, en de belofte daar in vervat, geen den minnen grond hadt, om ze van ons te begeeren? Nu, zoo is het met den zondaar gelegen, die met een ongeloovig hart, dat niet volkomen van de godlijke belofte, van het aanbod van Gods genade in Christus aan hem gedaan, verzekerdis, tot God komt, om zijne zonden voor hem te belijden, en vergeeving van dezelve te vraagen. Hij begeert met den mond, het geen zijn hart niet gelooft, dat hij ontvangen zal. Wat eer ontvangt God in zulk eene bede? Wat grond, wat pleitreden van verhooring kan zulk een mensch hebben ? Hoe zou God hem verhooren kunnen? Moet hij, die tot God komt, niet gelooven , dat God is en een belooner is der geenen, die hem zoeken? Gij ziet dan hier uit, Toehoorders ! dat de bekentenis der overtreedingen , om barmhartigheid te verkrijgen, moet zijn eene geloovige bekentenis op het Euangelie en dcszelfs beloften gebouwd. Terwijl hij, die zig daar op verlaat, die op grond van die beloften zijne overtreedingen voor God bekent, en de vergeeving derzelve van hem begeert, alle reden heeft, om de verhooring en vervulling van die belofte te verwagten. Terwijl de Godlijke waarheid en getrouwheid hem daar voor gewisfe waarborgen opleveren. Terwijl hij uit diezelfde beginfelen, en op die zelfde gronden, waar op hij tot bekentenis van zijne overtree-

din-

Sluiten