Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over PSALM XXXIV. 4, 5. 25

by hun in het toedienen der middelen niets meer te doen was overgebleevcn ; ben ik des niet tegenflaande echter nog opgericht; watfchict'erdan over, dan dat ik cn de mynen den vrymagtigen en t'mywaards gehadigen Heere van leven cn dood de cere gèevcn ? dat ik met Paulus cn zyne medearbeiders., wanneer zy uitnemend a Kor. r. zeer bezwaard waren geweest boven (hunne) magt, alzoo dat zy zeer 8, 9/10', in twyffelwaren ookvan het leven, betuige: fa wy kaden al zeiven in ons zeiven het vonnis des doods , op dat wy niet op ons zeiven vertrouwen zouden, maar op God ditdedooden verwekt: Die ons uit zoo gr ooien dood verlofl heef:, en {noch) verlojl i op welken wy hop en. dat Hy (ons) ook mch verhff.n zal, cn met denProfejtJona: ik zeide'-. J01WÏI4, Ik ben uitgejlooten van voor uwe oogen: nochtans zal ik den tempel6, 8, 9. uwer heiligheid weder aan/douwen. Gybebtmyn leven uitden ver. derve opgevoerd, O Hier myn God. Die de vulfche ydelbeeden onderhouden; verlaaten hunne weldaadigheid. Maar ik zilu offeren met defiemmeder dankzegginge. Of met den Koning Hizk'a: Ik zeide jer> van wege de affnydinge myner dagen, zal ik tot de poorten des graf> XXXVIII henen gaan, ik worde beroofd van bet overige myner jaaren. Ik zeide: ! °lk zal den Heer niet (meer) zien, den Heer in den lande der leevendi Vers ir, gen: ik zal de menfchen niet meer aanfehouwen met de inwooners der12 ' '•*» werreld. Myn levenstyd is weggetogen, en van my weggevoerd,*5 ' gelyk eenes herders butte; Ikfielde my voor tot den morgenflond toe i gelyk een leeuw, alzoo zal Hy alle myne beenderen breken : van den dag tot den nacht zult Gy my ten einde gebragt hebben. Wat zal ik fpreekenl gelyk Hy het my beeft toegezegt, alzoo heeft by het gedaan. Heer, by deze dingen leeft men en in allen dezen is het leven mynes geestes; want Gy hebt my gezond gemaakt en my geneezen.

Om onze dankbaarheid naar behooren op te wekken, dient mede in aanmerkinge genomen, welke maatigingen 'er geweest zyn geduurende de ziekte, 't zy ten aanzien van het lichaam, 't zy ten aanzien van de ziel.

Wanneer een kranke op zyn leger verdoken is van alle ververfching; wanneer hy door armoede alle onkoften moet ontzien en myden, en daardoor de vercifchte hulpmiddelen niet kan bekomen D die

Sluiten