Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L IJ K Z A N G E N.

, Dat iichc des tijds en Ncêrlands wonder, „ Der Kerk - gefchiedcnis vcrkonder , „ Die Zions vreede en Horebs donder,

„ Mee zulk een kragt „ Als nadruk voor elks aandagt bragt; „ Garnaliël, door ons geacht „ Gelijk een noordfter in den nagt, „ Is nu verdweenen., „ Die wagen Ifraüls is henen „ Naar 'c hemel - koor , en laat, in 't weenen,' „ Ons met Elizaas klagt vcrëenen,

„ Bij 't fomber graf! „ Hij zwijgt, die gulden lesfen gaf, Die 't koren fcheide van het kaf; Hoe maalde Hij ons Jefus afl

Hoe zagt! hoe teder! „ Daar ligt die fchoone Hemel-Ceder, „ En met Hem onze blijdfchap neder; s, Nooit krijgen wij een nahüys weder;

„ 't Is afgedaan ! " Ja Nazireers! het doet mij aan; Door zijn ontijdig heenen gaan, Voel ik, daar gij ftorc traan op traan, Mijn ziel doorboorea.

Sluiten