is toegevoegd aan uw favorieten.

De nieuwe spectator met de bril

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 93 )

pij in uw blad te gewaagen, mijne voorige bedrijven te beöordeelen, te gispen, of in wat opzicht ook aan mijn rok te tornen, of ik zal u doen gevoelen, dat gij een man van ftaat, dat gij Rengers vertoornt hebt! denk niet, dat dit bullebakken zijn, of dreigementen in den wind, óneen, ik ben genoegzaam in ftaat om u mijne wraak op het gevoeligfte te doen ondervinden, en daarom zijtgewaarfchuwd, want gij zijt alreeds voor de ftraf rijp, en zoo veeg, als een luis op de kam, dit tot uw naricht; als gij mij volgens uwen plicht, zoo als het een onderdaan van Nederland past, gehoorzaamt, zal ik u door mijne noch aangeblevene macht voor uwe vijanden, die reeds als zand zijn, befchermen, en mij noemen, Uw Vriend!

Akkerum,

den 27. April, 1795. L. RENGERS.

MIJN HEER!

Om u te toonen, dat uwe fnorkerijën, en krachtelooze dreigementen mij niet in het minlie verbaazen, zoo zal ik mijnen Correspondent in uwe Provintie verzoeken, zich naar u, en uwe daaden te informeeren, die ongetwijfelt niet als te puik zullen zijn, want anders zoud gij zekerlijk u niet verledigen, met aan mij te fchrijven; maar het fpreekwoord is niet ten onrechte, die fchurvd is, vreest de roskam. Intusfchen wil ik u dit verzekeren, dat ik nimmer iets ten uwen nadeele zal vermelden, zoo ik daartoe geene dringende redenen heb, of uwe handelwijze zulks zal verdienen , dat ik nochtans zeer zeker zal ontdekken: Ook diend gij te weeten, dat ik tot hiertoe nimmer iemand bij het gat heb omgehaald, of hij heeft het zuiver verdiend, en zij, van wien ik iets gemeld heb, mogen het vrijëlik aan hun geweeten vraagen, of ik de waarheid gefchreven heb, ja dan neen, en ik ben ten vollen gerust, dat zij als dan zullen moeten toeftemmen, dat zij door mij zeer genadig behandelt zijn. de SPECTATOR,

BURGER SPECTATOR!

Jan Botterik ziet zich ook weer verplicht jouw eenige regelen te laaten toekoomen, en jouw te laaten weeten, dat ik een Lid ben van een Wykvergadering, en dat ik die ook trouw bezoek. Maar nouw moetie weeten Spectator , dat heel veel zaaken mij daar gansch niet aanftaan; nouw ., . M 3 zeije