Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER ÜANleL III. VS. I —12. 25

konden by de zoodanigen de drijfveeren van den Godsdienst geheten worden. — Dan Toeh.! wij ontdekken nog ééne allerverfoeilijkfte trek in deze menfchen. Om hun hof bij den Koning te maken , befpieden en verklikken zij hunne mede-ambtenaars. Hier fteekcn de nijd en de jaloersheid allerwege door. Hier Hellen zij alles in het werk, om de vermeende ftraf-fchüid op het fterkst uit te meten. Hier zien wij juist alles , wat tegen den menfchen - vriend overftaat. Hier zien wij het eigen beeld van laagdenkende Hovelingen en kruipende vleiers, die hunne eigene grootheid alleen bedoelen, en daar aan het dierbaarfte , ja zelfs het leven hunner medemenfchen , enkel om du derzelver grootheid hun in de oogen fteekt , opofferen. — Verachtelijke fchepfels! wiens ziel moet niet, op het hooren van hunne taal, met afgrijzen ver. vult worden? — Dan, lang genoeg bij de beel." den der trotschheid , der dwinglandij, en deiboosheid ftil geftaan.

lil. Koomt, verlustigen wij ons, in de derde plaats, in bet befchouwen van geheel andere en tegcnovergeftelde karakters. Gij bemerkt dat ik de door de Chaldeeuwen zoo hevig betichte Joodfche mannen Sadrach , Mefach , en Abednego op het oog heb. — Hun gedrag, _ en eene be> denking omtrent hunne Godsdienstgenooten , vooral omtrent Daniël, moeten door ons nog een weinig ovcrwoogen worden.

A. Letten wij op het gedrag van Sadrach, Me. fach, en Abednego, — Ondanks het bevel van den B 5 Ko.

Sluiten