Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H E T

JAAGEND UITZIEN

NAAR DEN

DOOD GEMAATIGD.

11*= GEZANG.

BEMOEDIGENDE HERDENKING. Wijze: PSALM 68.

BCerderik ik met een bloedend hart, Met diepen ootmoed, jammerfmart,

Mijn eêrtijds zondig leeven; Toen Wet en Euangelic-lccr Door mij veracht, noch roem noch eer,

Noch voorkeur wierdt gegeeven ■ Toen foms om mij, Gods heilgen Naam Gefmaadt wierdt; — ó, dat ik mij fchaaml

Zou ik dan nog verlangen, Een eind te zien van moeite en ftrijd? Zou 'k haaken naar mijn' laatften tijd,

Wen bange nooden prangen?

Zou

Sluiten