is toegevoegd aan uw favorieten.

Het rechtsgeding van Lodewyk den Zestienden, geweezenen koning der Franschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ü3 öevÖeLen

6in eenige kleine fommen geftolen te "hebben; terwyl niemand hunner de dertig duizend ponden fterlings poogde te winnen, (beloofd aan dengeenen die zyn fchuilplaats ontdekte,) door het verbreeken van zyn gegeeveri woord.

Het is deeze aanhaaling, die het best de Kóhinglyke Waardigheid fchildert, als aantoonenïle hoe de rooffpelonken minder fchurkagtig 2yn dan een Louvre, vermits de grondregel van alle de Koningen die van Cefar is : „ Het is geoorloofd zyn woord te fchenden, om te regeeren." Dit is hetgeen Antom'us de Léve tegen Karei den vyiden , in zyne godsdienftigé laai, zcide: „ Indien gy geen Booswigt wilt zyn; indien gy een Ziel hebt,om te behouden; fta dan af, van het gebied!" Dit is hetgeen IVlachiavel zei, in bewoordingen, die, op eert zo treffende wyze, op onzen toelland toepaslyk zyn; dus heb ik ook niet naargelaaten, om, iri ieen vool'ftel aan de Nationale Vergadering, deeze gezegden aantehaalen: „ Indien men, om een Volk vry te maaken, afftand moet doert «ah de Souvereiniteit, dan verdient hy, die 'er Tncde bekleed is, eenige verfchoobing, en dè Natie zou onrechtvaardig zyn, wanneer zy het ïlegt vond, dat hy haar verraadde; want het is moeilyk en tegen'natuurlyk , om vrywillig vart zulk een hoogte nedertevallen." Dit alles bewysti, dat de misdaaden van Lodewyk den zestienden veeleer de misdaaden zyn der Confti» fcueerende vergadering, die hem in zyne hoedanigheid als Koning gehandhaafd heeft, i dat Is te zeggen > die hem vry brieven heeft verleend