is toegevoegd aan je favorieten.

Het rechtsgeding van Lodewyk den Zestienden, geweezenen koning der Franschen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

33a GEVOELE N

-die u reeds, uit een groot aantal gezigtspunten , zyn voorgedraagen geworden: ik zal my onthouden van dezelve cp nieuw te ontwikkelen, en flegts op de denkbeelden ftaan blyven, die men u, of nog niet heeft aangebooden, of die niet genoeg doorgrond zyn geworden.

Het zal my derhalven genoeg zyn u te errinneren, dat, byaldien Lodewyk niet oordeelbaar zyn kon voor de daaden van zyn uitvoerend beftuu', hy het ten minften weezen zou, voor zyne afzonderlyke wanbedryven, voor zyne per-

'lboneele verraaderyen tegen zyn Vaderland. Hy zou het zyn, niet flegts, om dat de Conftilurie tot dat punt, de heilige Wetten der natuur en der maatfehaplyke reden niet zou hebben mogen affchaften; maar vooral, om dat de Conftitutie dit zoort van perfooneele booze aanflaagen niet verwart met de eenvoudige misflagen eener geconflitueerde magt, en om dat zy nergens zegt, dat iemand zyn vaderland mag verkoopen,

'zyn Medeburgers verflaaven en vermoorden, en echter ongenaakbaar kan blyven voor de wraak der Nationaale Wetten.

Aldus waren 'er, zelfs onder de regeering der Conftitutie, in het lyfftraflyk wetboek, Wetten tegen alle de verraaders van het vaderland, al waren zy Monarchen of Wetgeevers: maar het geen ontbrak, ten opzigte van een Koning, fchuldig aan dit zoort van misdaaden, was een Magt, waar aan het toekwam, om deeze openbaare Wetten op hem toetepasien. Ziet daar, Medeburgers! de zeer groote misdaad, de hoogfte verraadery der Overzieners van de Conftitutie : zy hebben een zaamenzweerenden Koning geplaatst, niet boven de Wet; maar

xbui-.