Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LUIK. f

fpreekenheid te Maestricht, in de colegiaale kerfe der Aller H. Moeder Maagd (om dat men mee recht begreep, dat dit bevel alléén de Cathedrale kerk van Luik aanging) eene lykreden gehouden, dewelke men ongeveinsd als een meefterftuk der Jatynfche welfpreekenheid moet eerbiedigen. Zie hier eene vertaaling van een gedeelte der inleiding.

„ Daar het de eerfte cn voornaamfte plicht: was? toen men de vrees der Allerbitterfte onheilen van het kast afgeloopen jaar verbannen zag, naamlyk; dat wy God de alkrhoogfte beheerder der Vorften en Volken, in deezen tempel zouden danken, om dat de rust en vréde aan het Vaderland te rug gegeven en onze Vorst in zyne regten hcrfteld was : heeft ook de ftai Maastricht, fchoon derzelver traanen naauwlyks waaren afgevaagt, zich gehaast, om met een» brandenden yver aller ingezetenen, dewelke door hunne liefde voor hunne beftierders, boven andere , dadelyk de voorrang hebben, aan dezen plicht te voldoen.

„ Wyd en zyds wierdt gantsch de Stad verfiert door een aantal lutlteryke kostbaarheden; de huizen flikkerden door kunstryke verlichtingen; des nachts, fchitterden de ftraaten, door algemeens en bizondere gelukwenfchingen, die als het waare, in 't vuur bralden; de lucht fcheen van blydfchap te branden; terwyl de gebouwen door ipeelen , danfen en gezangen wedergalmden ï thand,, da.ir de overeenftemming der gelukweriichmg zwygt, ontwikkelen wy aan UL. een allerzints allerdroevigst fchouwtoneel, en eenè al te betreudyke verandering der zaaken!" e^z.v, A h Na

Sluiten