Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J54» ROMEN. t

onderwonden, om door geleerde werken, de Inrichting der

Geestelykheid te beftryden, nieuwe Herderlyke Brieven heb. ben bekend gemaakt, en alle werkingen van hunnen aart tegen de wetten, over den eed, over de afzetting der Bisfchoppen, over den openftand der Bisfchoppelyke zetels, cn over de verkiezing en bevestiging van nieuwe Herderen uitgebragt,ontwikkeld. Het gevolg daar van is geweest, dat, door de bewilliging en toefiemming der gantfche Franfche Kerk, men den burger-eed moet befchouwen als eene meineedigheid en ffioode heiligfchennis, niet alleen voor de Geestelykheid maar vooralle Katholyken; en alle bcdryven welke daar uit voortvloeien moeten aangemerkt Worden als kerkfeheurend,onwettig, laatdunkend, en aan de zwaarfte ft rallen onderheevig.

üe zaaken hebben aan deze lofwaardige verklaringen der Franfche Geestelykheid beantwoord: want byna alle Bisfchoppen en het grootfte gedeelte der Kerspelpriesteren hebben onoverwinnelyk geweigerd den eed afteleggen. De vyanden van den Godsdienst zagen toen klaarblykkelyk, dat alle hunne verderflyke raadflaagingen vruchteloos waren, indien zy niet eenen fiaarzuchtigen en lafhartigen Bisfchop konden verleiden, die gevolglyk toeftemdeden eed te doen om de Conftitutie te handhaaven en zyne heiligfehendende handen tot de wydingen op te leggen; zo dat er niets meer ontbrak om de fcheuring re volvoeren. De eerfte onderhen, die zich door de boosheid en bet bedrog liet verleiden, was, Karei Bisfchop van Autun, eenieverig voorftander der Conftitutie; de tweede was, Jan jozeph Bisfchop van Lidda; de derde, Lodewyk Bisfchop van Orleans; de vierde, Karei Bisfchop van Viviers; de vyfde, de Kardinaal van Lomenie, Aartsbisfchop van Sens en eenige ongelukkige Herderen van den tweeden rang.

Wat de Kardinaal van Lomenie aangaat; deze heeft by eenen brief gedagtekend den 25. November laatstleden gezocht zich te verontfchuldigen over den eed welken hy hadt afgelegd, verzekerende dat zyn hart er geen deel in heeft gehad, en toonde zich zeer twyfelachtig , over het bef] uit het welk hy moest neemen, om de wyding der verkorene Bisfchoppen al of niet

tg

Sluiten