Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222. Over den Eed

V

an de 130. Bisfchoppen, die hun aandeel in het Rerkbeftiuir van Vrankryk hadden, zyn er fiechts drie geweest (*) die regen hunnen plichr en gewéten hebben willen handelen; zo als er ook van zo veele duizende fungeerende Priesters maar een zeer klein getal geweest is, het geen de begeerte der Natiönaale Vergadering heeft ingewilligd. Alle anderen hebben liever dc grootfte fmaadheden, vervolgingen, verbeurdverklaaringen hunner goederen, den kerker, ja den wreedften dood willen ondergaan , dan hunne ziel met eenen onverantwoordelyken Eed te bezoedelen.

Het zou zeker overtollig wezen, om alie drangredenon by te brengen, waar op ieder diec Bisfchoppen den voorgefchreevcn Eed geweigerd hebben, vermits er fchier géén één onder hen is, die niet dooreenen byzonderen herderhken brief zyne beweegredenen heeft aan den dag gelegd; dus meene ik dat men het geacht publiek voldoening genoeg zal geeven, met de voornaamfte gronden door hun bygebragt, alhier in het kort ter neder te ftellen.

Ten eerften. Het gevoelen van den Bisfchop van Clermont, het geen zyn Hoog Eerwaarde op den 2. January 1791. voor de Natiönaale Vergadering wilde uitfpreeken, maar overfchreeuwd zynde, in de vergader - plaats heeft nedergelegd

„ Wy hebben ons ( zegt deze Kerkvoogd ) nooit onthouden om de waereldlyke macht te eerbiedigen en den fteun, welken de Kerk door dezelve van den beginnen des Koningryks af, gekreegen heeft, met eene oprechte dankbaarheid te beantwoorden. Wy erkennen en zullen geduurig blyven erkennen, dat wy aan haar alle gunsten fchuldig zyn, die wy in den burgerftaat hebben genooten; maar wy hebben ter zeiver tyd gezegd en

zul-

(*) De Bisfchoppen van Autun, Sens, en Orleans, Er waren nog twee anderen ; doch alleen in J>artitut; te wee~ ten van Lidda en Babylonicn.

Sluiten