Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bER Pransghe Geestelykheid. 323.

•zullen het fteeds blyven zeggen, det wy in het geestelyke ons gezag niet ontkenen , noch ontleenen kunnen van die zelve macht; dat ons rechtsgebied komt van den Heere Jefus; dat dit door niemand anders , dan door zyne kerk ons medegedeeld of afgenoomen kan worden. Wy befchouwen als een punt der Catholvke leering dat het Geestelyk Gezag moet wetten ftellen en bepaalingen maaken in al wat het bcftier de tucht cn het rechtsgebied der kerke aangaat. Deze leering, welke de fchriftuur en overlevering ons voorfchryven, zyn wy als Dienaaren 'van den Godsdienst verplicht te belyden, voor te ftaan , re lceraaren en in haare gantfche volkomenheid over te leveren. Wy hebben als eene vaste en door alle Kerk-wetten geheiligde waarheid fteeds ftaande gehouden, dat onze amptsverrichringen of kerkelyke bedieningen zo beperkt waren tot den Lard kring die ons aangeweezen was en waartoe wy onze zending gekrecgen hadden, dat wy er de paaien (buiten tusfehenkemst der Kerke ) niet van mogten uitbreiden, zonder ons fchuldig te maaken aan wetfehennis en ongeregeldheid; terwyl boven dien, al het rechtsgebied,het geen wy zonder last of zending uitoefenen, onwettig is. Welke bekommering, welke wanorden , welke overwoesting zouden wy in de gemoederen niet te wege brengen, wanneer wy ons door eene oiivcrantwoordelyke toegevendheid lieten vervoeren, om op Uw enkel gezag eene macht uit te breiden, die de Kerk ons voorgefchrceven en bepaald heeft."

„ De Opperfte Wetgever heeft ons gezegd, dat zyn ryk van deze waereld niet was. Hier uit is deze gevolgtrekking gemaakt, die wy fteeds erkend hebben en welke dc Franfche Geestelykheid altyd heeft voorgedaan, te weeten ; dat de Kerk geen recht heeft over het bellier der Koningryken , noch eenig gezag over het tydelyke; maar hier uit vloeit eene even zo rcgelmaatige en natuurlyke gevolgtrekking, namenlyk; dat de waereldlyke macht geene bevoegdheid heeft, om m een, uit zynen aart, geestelyk Koningryk, eenige wetten te ftellen. De Koninglyke macht, zegt de groote Bosfuet, geeft in al het werige de wet en handelt als Souverain; doch in Kerkelyke

zaa-

N.4.

Sluiten