Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 26 X

wy anders met hem niet overéénkomen, dat wy veelmeer in veele Hukken van hem afwyken — houden wy echter met hem gemeenfchap, en devergrooting van ons voordeel is het pi:nt van vereeniging, waarin onze daaden met de zyne zamenloopen. Maar des te heviger is dan ook de haat, welke op zulke verbintenisfen volgt, zo dra de andere, zonder dat hy het weet of beoogt, ons hoofdoogmerk tegenwerkt. Dit was de betrekking , in welke Hufs tot hiertoe met de Katholyke geestelykheid Hond. Kwam er zomtyds eenig mis* verfland tusfchen hen, dan wist men nogthands hetzelve, zoo .veel het gefchiede kon, ichielyk uit den weg te ruimen.

Maar als nu Hufs de zeeden der Roomfche geestelykheid zelve aantastte , was dit eene te groote misdaad, welke niet vergeeven kon worden. En dat hy dit moest doen, was onvermydelyk. Hy moest of blind genoeg of een huichelaar zyn, indien hy hunne fouten niet zien en openbaaren wilde. Het verwekt in ons juist geene groote denkbeelden van hunne anderzins bekende flimheid en fchranderheid, dat zy deeze zeer natuurlyke wending, welke het fcherpziende gezicht van Hufs necinen moest, niet van te voren beree. kenden, maar hem nog zoo lange met hunne be« fcherming verwaardigden. Slechts hierdoor kan men dit raadzel oplosfen, wanneer men vooronderftelt, dat zy veel te veel op hunne macht

ver*

Sluiten