Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L IJ S P E L. 73

schwalbe.

Bevoorensgezegde I — o wat is dat kreupele taall

christiaan.

'T zal wel beter komen; ga maar voord — in het bevoorensgezegde huis van den Heere Ludimagister . . . .

schwalbe.

Wat henker! gij zult mij tog geen nieuws uit mijn eigen huis willen vertellen ?

christiaam.

'T heeft evenwel in de courant nog niet geftaan.

schwalbe, zijn boekjen bergende.

Ei koml wat narrepotfen! ik dacht wonder wat te hooren, en nu het voor den dag komt, nafcitur ridicidus mus — mijn vrouw zal de eene of andere meid uitgefcholden hebben; zo iets is niet waardig dat ik of een ander Geleerde daarvan fpreeke.

christiaan.

Neen , neen , Mijnheer ! 't is wel ter deeg de moeite waardig, fchrijf maar verder, het beste komt nog.

schwalbe: hij gaat zitten, en haalt een boek uit zijn borst. Mijn tijd is mij te kostbaar — nulla dies fin» lïnea '•

christiaan.

Goed, dan zal ik mijn hiftorietjen voor mij zeiven E 5 be.

Sluiten