Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. si

ijllings zijne hand los." Ferdinand! een dolk boven

p en mij! Men fcheidt ons.

ferdinand; opfpringende, Men fcheidt ons! Van waar dit voorgevoel, Louize ! Men fcheid ons? — Wie kan de band va» twee harten ontknoopen, of de toonen van een

accoord van eikanderen rukken? Ik ben een

edelman; zeg mij toch, of mijn brief van adeldom ouder zij, dan het ontwerp van het eindelooze gelieelal? Of mijn wapen gangbaarer zij dan de handfchrift des Hemels in Louize's oogen: „ deeze vrouw is

yoor deezen man?" Ik ben de zoon van den

prefident. Juist daarün. Wie, dan de liefde, kan mij de vloeken verzoeten, die mij de landwoeker mijnes vaders zal nalaaten?

louize.

ó Hoe zeer vrees ik hem — deezen vader l

ferdinand.

Ik vrees voor niets. . niets , dan de grenzen uwer liefde. Laaten vrij beletfelen als bergen tusfchen ons treeden; ik zal ze voortrappen achten, en langs dezelven in de armen mijner Louize vliegen. De ftormen van het balftuurig lot zullen mijn gevoel aanblaazen. Gevaaren zullen mijne Lpuize flechts aanvalliger maaken. Derhalven niets meer van vrees, mijne geliefde! Ik zelf... ik zal over u waaken, gelijk de toverdraak over onderaardsch goud. Vertrouw u aan mij: gij hebt geen' anderen engel noodig. — Ik zal mij tusfcheu u en hetnoodB 3 Igt

m

Sluiten