Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

li L IJ S P E L. 35

DERTIENDE TOONEEL.

VAN BERNAU, WERNER. WERNER.

Maar, heer kaptein! gij zijt immers geheel buiten adem ! Ik dacht dat de vijand in alle hoeken was.

BERNAU.

]k wilde fiechts fpoedig hooren , of gij mij zult beliegen. Werner! ik wil op mijne weldaaden niet roemen; maar 't is u bekend i wat ik deed.

WERNER.

Bij den Hemel 1 beter dan een vader deedt gij l Ik beminde u ook, als kind ; hoe dikwijls kuchte ik dankbaar deeze hand , toen ik u nog met geen' baard vreesde te krabben. Merkte gij niet, wanneer ik als tamboer met u op de wagt trok, dat ik veel ftouter op den trommel fioeg ! gantsch trots ging ik agter mijn' vaderlijken verzorger , drom , trom , rrom , dom , dom ! (Hij gaat zeer majesiueusch over het tooneel.) Als muskettier riep ik , als gij de wagt hadt, een geheel ander: afgelost! en als g:j de ronde deedt, riep ik het: wer dal zoo helder als ik't met mooglijkheid roepen konde. Bij mijne ziel , reeds honderdmaal wenschte ik eiken kogel voor uwe borst, met mijne liefde te kunnen opvangen; waarachtig! ik ben, wel is waar, Hechts een onC a der-

Sluiten