is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44ö j» van der w ij c k

„ daan hebt. En hierop ook zijn zwaard ontbloot hebbende nep hij , met eene ontzag inboezemende ïbm : V zwaard „ cideons, het zwaard des hkeren der Heirfchaaren '" „ De trotfche goliath , door dit nadruklijk gezegde van „ dezen david, als in de ziel getroffen, viel, gelijk een o» „ voor de bijl, op den izrond, en imeektc om lijf'sgenaê ter„ wijl alle zijne leden trilden." '

„Genade! andwoordde de Major, is thans alleen bij die.i „ God te vtnden , wiens naam en eer gij zoo onbezonnen " / onteerd..... Ontbloot uwe knieën en verneder u in

„ het /lof; — gij zijt ontferming waardig ik zal, ne*

„ vens u gekweld, den door u gthoonden God om genade en „ vergeving voor u fmeeken. —- Dit gefchiedde met zoo veel „ vuurs, en onderzoo etie zichtbaare aandoening, dat de ver„ dwaalde jongeling, na dat hst gebed geëindigd was, daadüjk „ den braaven Major in de armen vloog, en zijne wangen met „ traanen van bitter berouw bcfproeide; terwijl hii ook, do«r „ du geval, van Honden aan van gedrag en levenswijs verander„ de, en een voorbeeldig Christen geworden is."

„ Dit voorval was ook niet geheel vruchteloos' op bet gemoed „ van veelen der aanfchouwers, die eertijds zóó dachten als hij."

Het Maatfchaplijk belang. Door j. van der wijck. Te Grave, bij A. van Dieren, 1798. 148 Bladz. In Oélavo. De Priis is f 1 4 : ? J

Een Prulfchrifc, waarin van der wijck zijne gedachten - over koophandel, kunst, wetenfchap, landbouw, weelde deugd, enz. onbekookt ter nederftelt, zonder eenig blijk te èê' ven,dat hij wezenlijk over een of ander verftandi'g gedacht heeft of oordeelkundig iet daarvan bevat. — Zijne bepalingen en verklaringen doen duidelijk blijken , dat de man zijn onderwe-p geenszins meester is. Zijn redeneertrant is los, ftijl en taal ftiif en flecht: — met één woord van der wijck mist volkomen de verëischten van een goed Schrijver. Hij zal jaaren nodi' hebben, eer zijn verftand genoeg geoefend en befehaafd is, om iet m 't licht te geven. — In waarheid, wij hadden nog naauwlijks eenige weinige bladzijden gelezen, of wij dachten, om de bekende Spreuk, ne futor ultra crepidam.

Dat vonnis is zoo ftreng, dat de Lezer bewijs kan eisfcbé». — Hoe onbedacht, hoe beledigend voor eene klasfe van menfchen , waar onder zeker zoo veele achtingswaardige mannen gevonden wofden, is het, wanneer van der wijck op deze wijze fpreekt. „De koophandel is alleen op het goud ftaröogend, „ eer en deugd is vsn geen Koopman geacht, verftand en kloek' „ heid worden niet bij hem geteld. Maar onder het genot van „ een glas wijn en een pijp tabak zoude bij menfchen doen vil„ len, als of het geld, dat hij in de fehatkist nevens anderen

„ wierp,