Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. VAN HEMERT

Deze Verhandeling, de eerfte dan van het Derde Stuk-* jen, begint met eenige aanmerkingen., zoo omtrent het "begrip der Zedenleer , als met opzicht op her bovennatuurkundige beginfel , vvaarüit zedenlijke begrippen

van idigt en deugd behooren te worden afgeleid.

Zedenleer is eigenlijk deugdleer, leer dier pligten, waartoe de mensch door geene uitwendige Wetten kan gedwongen worden, — maar alleen door vrijë zelfsdvvang, die wel verre af is van de vrijheid te belemmeren, naar dien de zuivere praétifche Rede de oppermagtige Wetgeeffter is, die den mensch dwingt — en dus de mensch zich zeiven dwingt, — en naardien elke pligt zoo wel inwendig, als uitwendig, dwang voorönderftelt. Waaruit volgt , dat, hoe meer de mensch door de bloote voorlteiling van pligt gedwongen wordt, hij ook des te vrijer is:— en, hoe meer zelfsdwang, hoe minder uitwendige invloed op de bepaling der willekeur , des te zuiverer is de deugd. Ten einde nu te weten , wat eigenlijk deugd zij, oordeelt v. H. dat men de grondflagen derzelve behoore te zoeken, in de bovennatuurkunde , bijaldien men niet de geheele zedenleer vernietigen wille, — door dezelve op zinnelijkheid te bouwen. Hier geldt dus geen zedenlijk gevoel, noch ook het denkbeeld eener zedenlijke gelukzaligheid — voordvloeiënde uit het bevredigend bewust zijn, van geliefkoosde neigingen aan pligt te hebben opgeofferd, naardien dit bevredigend bewust zijn , niet vóórgaat , maar volgt op

het denkbeeld van pligt, en men zich eerst moet

verbonden rekenen, om zijn pligt te doen, eer men nog aan die gelukzaligheid, als gevolg van pligtsbetrachting kan denken. (Dit bewijs is te tastbaar en te overtuigend, dan dat het nog aan tegenfpraak onderhevig zon zijn. Hoe zeer gelukzaligheid een gevolg zij van pligt, pligt is geen piigt , om der gelukzaligheid wille , die daarop volgt, naardien de hoogfte, de zedenlijke gelukzaligheid alleen daarom volgt op de pligt, omdat men, in derzelver beoefening, aan zijn pligt heeft voldaan.) Met zeer veel nadruk tast v. H. hier het Eudaemonis~ me aan , op eene wijze , waarbij het tegenftrijdige duidelijk in de oogen valt. — Nadat hij hierop nog kortelijk heeft aangewezen, dat de deugd niet aangeboren is, maar geleerd moet worden, trekt hij hieruit dat gevolg, dat dus de deugd , didahtisch en afcetisch moet worden geleerd , en hierop ontvouwt hij de eigenlijke

Me-

Sluiten