is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4d6 eenige bijzonderheden van buonaparte.

drag daar omtrend, aanleiding gegeven heeft, dat zijne zaak al5mme is bekend , en een gewigtig middel geworden is. om vele gemoederen voor te bereiden tot de groote Omwenteling, die de volgende eeuw, in de gefchiedenis van het menschdom, zulk eenen verbazenden luister bijzet.

Eenige bijzonderheden van de eerjle levensjaaren van b ü onaparte. Bij een verzameld en in V Engelsch uitgegeeven door een zijner medefchoollleren Qnedefchoolierenj. Naar 't Engelsch, door le c. b. Uit het Fransch. Te Leijden, bij D. du Saar , 1800. Met het Voorwerk 45 Bladz. In gr. QStavo. De prijs is f:-6-: v

"17 an groote mannen wil men gaarne alles weten, wat V op hen eenige betrekking heeft, en dat buonaparte waarlijk een groot man zij, als mensch, burger, krijgsman of Regent befchouwd, welk onpartijdige zal dit betwisten? Welkom zullen derhalven, — na zoó vele Anecdoten , die men ons reeds van tijd tot tijd , ook in ons Maandwerk, omtrend Frankrijks tegenwoordigen Conful, heeft medegedeeld, en na de Befchrijving zijner krijgsbedrijven, vooral in Italië, — welkom zullen ook deze bijzonderheden wezen uit zijne eerfte levensjaaren, derzelver echtheid voorönderfteld zijnde; want gaarne immers ziet men reeds vroegtijdig de zaden kiemen , die naderhand de fchoonfte vruchten opleverden, en ftreelend is het, reeds in het kind den toekomenden grooten man, als ware het, te voorzien.

In het Engelsch is, volgends den Tijtel, het tegenwoordige kleine Stukjen gefchreven, waar van een eenigzins voldoend uittrekfel te geven zou heeten, het Boekjen hoofdzaaklijk uitfchrijven. De zaken , daarin voorkomende , dragen vele kenteekenen van echtheid en geloofwaardigheid , naardien het verhaal gefchreven is door iemand , die de medgezel van 's mans jeugd geweest zijnde, hoewel geen vriend der Franfehe Omwenteling, offchoon geen beminnaar van buonaparte, nogthands den laatften geenszins den roem weigert , waar op zijne uitnemende hoedanigheden hem reeds in zijne vroegere jaaren recht gaven, en die zich naderhand zoo fchoon ontwikkeld hebben, terwijl hij ook de fchaduw

niet