Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OORD. ONDERZ. VAN OUDE EN NIEUWE LEERING. $1$

dat men de gezegden van luther en melanchton, hoedanigen de Schrijver Bladz. 64 heeft aangehaald, juist in dien zin moete opvatten, dat deze groote mannen, bij de leere blijvende, alle fpitsvinnigheden, nopens het hoe dezer verborgenheid , en alle menschlijke en zoogenaamde Wijsgeerige verklaringen en bepalingen van dezelve, hebben afgekeurd.

En, wat moeten wij, na dit alles, oordeelen van de behoedzaamheid van den Schrijver Bladz. 65? „ Men J} konde dus de leere der Drieëenheid, als een nieuwe, ongegronde, met 'de rede tegenftrijdige leere zonder alle bedenken, uit het Godsdienftig onderwijs verwijderen of weglaaten. Doch moet dit met veele be" hoedzaamheid gefchieden, zoo, dat zwakke Christenen," (zijn dit ook lieden, die niet nadenken, voor welke deze verhandeling beltemd is?) „ daaraan geen „ aanftoot nemen , en niet den gantfchen Godsdienst „ verwerpen; maar deeze leere moet daardoor, dat zij „ niet meer aangevoerd wordt,'en dat de oude, haar „ begunftigeude , fpreekmanieren ," (ook clie van de Heilige Schrift?) „ veranderd, verzacht, en verbeterd, J} of, van tijd tot tijd, geheel weggelaaten worden, in vergetelheid geraaken , en de Leeraars moeten ver3, plicht worden" (Men lette hier op ! door wie? en waaröm? wat, indien zij gelooven, dat deze leere eene hoofdleere van den Godsdienst is, en dat elk Christen verpligt is, christus als Gods Zoon , als God geopenbaard in het vleesch, als het uitgedrukte bedd van 's Vaders zelfftandigheid, en het affchijnzel van Gods heerlijkheid, te verëeren ,en in zijnen naam de knieën te buigen , welke eere echter geen bloot fchepfel toekomt ? zullen zij dan verpligt worden , te zwijgen , fchoon «en p a u l u s niets begeerde te weten , dan jesus christus?) „in het geheel niets ftelligs en bepaalds „ daar van te leeren , en geene waardij op eene bloot „ befchouwende leere te ftellen , maar Hechts vlijtig „ de weldaaden van God, den Vader, den Zoon en Hei„ li gen Geest in te prenten, zonder zich op de verkla„ ring van hun wezen in te laaten" (zou de Schrijver hier wel nagedacht hebben, wat hij fclireef? God den Vader, Zoon, en Heiligen Geest! en aan dezen een wezen toe te kennen, dat men niet kan verklaren, en dat dus eene verborgenheid is ! Zoo zou hij haast tot het

011-

Sluiten