Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEF5W. MEDEGÊB. AAN DE ECHRIjV. DER N. VAD. BIEL. 3

. Indien deze redekaveling fteek houde , en de- gedaane opgave met de natuur der dingen overeen (Iemme , is het blijkbaar, dat zij d waaien , dit; beweeren, dar de Deugd eene. ftrekking heeft, om de menfchen ellendig te maken. En indien hunne mening valsch zij , dan moet hunne uitlegging van den aangehaalden tekst ook valsch zijn. Gij zult mij derhalven wel veröorlooven, om met alle voegzame befcheidenheid voor te dragen, welke, naar mijn inzien, de waare en de echte zin zij: Indien wij, zegt de groote Apostel , alleenlijk in dit leven op c h.r 1 s t u s hoopen , zijn wij de ellendigften van alle menfchen.

Naar mijn begrip fpreekt hier de Apostel van zich zeiven en van zijne navolgers in het Euangelium , eti *t geen hij hier zegt, flaat\ naar mijn inzien, op hen alleen, en gaat niet door, met opzicht van alle Christenen, 's Apostels betuiging zouden wij aldus kunnen omfchrijven en uitbreiden : ,, Wij hebben ons bevlij,, tigd, om de kennis van , en het geloof in de leere ,, der Opftandinge, te verfpreiden en voordteplanten ; „ ftoutmocdig hebben wij dezelve verdedigd , en onbezweken gehandhaafd. Dit hebben wij gedaan, tert koste van onzen goeden naam, ten koste van bijkanis ,, alle onze aardfche geneugten, en met gevaar van ons leven. Ook hebben deze onheilen en ongelegenheden zich niet bepaald tot ons, verkondigers van die nieuwe leere; zij zijn ook het deel geweest van veelen onzer leerlingen , van veelen van hun , die aan ,, onzen voordragt het oor geleend en geloof hebben geflagen. Indien wij nu, onder dit alles, geen gezag ,, hebben voor 't geen wij prediken, indien wij weten, en ons zeiven bewust zijn, dat hetgene wij leren, „ valsch is en ongegrond, — indien alleen in dit leven 3, wij zelven hoop hebben , terwijl wij in anderen de verwachting van een ander leeven gaande maken, ï, zijn wij de Ellendigste van alle menschen. Langs dezen weg vernielen wij den vreda ,, van ons eigen gemoed, berooven ons zclven van de i, vertroostingen des levens , bedriegen onze natuurge* ,, nooten, en moeten den grooten God mishaagen, op ,, wiens gezag wij valfchelijk voorgeven te prediken." — Deze dunkt mij des Apostels waare mening te zijn. Dus verklaard , is 'er geene (trijdigheid tusfchen dk vers en de waarheid der zake of de daadlijke ondervinA 2 ding.-

Sluiten