Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDAAN ONDER DE STAD EN OMTREK VAN PARIJf. $19

tigfte kleur hadden. Had reeds onze korte wandeling, die naauwlijks twee uuren duurde, deze uitwerking op ons, dan is het ligt te bevroeden, welk eenen nadeelisen invloed een langduurig verblijf, in deze onderaardfche bewesten, op de gezondheid moet hebben.

EeS gedëelte van het gezelfchap ware bijkans verdwaald geraakt, zo 'er niet Ingenieurs en Mineurs waren geweest, om ze weêr op te zoeken en te recht, te bréngen. Dit gaat zeer natuurlijk toe. In de gaanderijen gaat de weg niet altijd regt uit; dikwerf klimt men,tien tot vijftien"trappen, op, of af; de gangen doorkruisen elkander, vormen hoeken, enz. In de laatfte helft des treins was eene kleine gaping ontdaan, Toen nu de eerden eens eenige trappen waren opgeklommen, geraakten zij den volgenden'uit het gezigt, dewijl er jlust eene menigte, elkaér doorkruisfende, gangen waren, en d? Mineurs , die zich bij de laatden bevonden, zeiven detl weg niet recht wisten, dien men nemen zou.

Dikwerf zijn 'er twee gaanderijen boven elkander , waardoor dus het gevaar van indorten vergroot, en de arbeid, tot bevestiging van dezelven , noodzaaklijker wordt; - doch hier van draks nader. Men voerde ons eenige reizen in zulke bovengaanderijën, waarvan wijl de benedenden reeds hadden doorwandeld.

Sedert omtrend twintig jaaren is 'er de regeering op bedacht, om een gevaar te verhoeden, dat, ieder^onheuglijke tijden, de Stad Parijs en de omliggende (treeken bedreigt, en hetwelk voorheen zoo veel te grooter was , daar men het niet kende, en 'er dus geene maatregelen tegen nam. Voor het jaar i777 bevonden zich afgronden onder de kerken, paleizen, wooningen en ftraaten dezer hoofddad, die, elk oogenblik, dreigden, zich te openen en geheele kwartieren te verflinden. Sedert dien tijd heeft men vele pogingen aangewend, deels om de onderaardfche gaanderijen te bevestigen , deels om gevaarlijke ledige plaatfen aan te viihen, welke laatden bijzonder door de gipsgroeven ontdaan zijn.

Vau het jaar i777 tot 1789 heeft men dit werk met ijver voordgezet. Maar federt dit laatfte jaar zijn de gelden, voor dezen arbeid bepaald, zoo karig uitgereikt, dat men dien zelfs geheel en al heeft moeten ftaken. Sedert dien tijd zijn verfcheidene gedeelten dier fteengroeven, die men toen nog, met weinig onkosten, in eenen vasten en veiligen toeftand had kunnen brengen, #00 b Kk 4 zeer

Sluiten