Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEDAAN ONDER DE STAD EN OMTREK VAN' PARIJS. 521

bij eenen fteenhoop,, waarbij water neêrdroop. : Dit water, verzekerden zij, kwam uit de boven vloeiende Seinè; en nu bragten zij den verbaasden vreemdeling, langs verfcheidene wegen, weêr terug, hem van lieden verbalende, die daar 'beneden waren verdwaald geraakt, en toen, jammerlijk, van honger moesten fterven, van twee kapucijners vooral, welken dit treurig lot trof, enz. om, door zulke vertellingen, hunnen dienften bij de vreemdelingen meer gewigt te geven, en hen tot grootere dankbaarheid te bewegen. Evenwel komt dit water enkel uit de bron, die zich op de plaats van het ebfervatorium bevindt.

In het jaar 1774 viel, tusfchen de niéuwe Boulevard «n de Barrière d'Enfer de eerfte inftorting voor , en toonde , van welke gevaren Parijs, uit hoofde dier fteengroeven, bedreigd werd. Inmiddels bleef de zaak fteken tot in September 1776, toen de Staatsraad, door een daadlijk befluit , vastftelde , dat men deze onderaardfche gangen naauwkeurig onderzoeken , en 'er een plan vau ontwerpen zou. Het eerfte onderzoek deed reeds blijken , dat het Obfervatorium , val de Grace, Luxembourg en eene menigte andere openlijke gebou-' wen juist boven zulke fteengroeven , en dus op eenen zeer onveiligen grond, gebouwd waren. De Diretïeur Général des batimens dacht derhalven, deze onderaardfche gewelven , zoo ver hij kon , in eigen perfoon te moeten onderzoeken, hij deed zulks ook, van den Luitenant der Politie en eene Commisfie verzeld , die uit medeleden der Academie d'Architetïnre beftond, en waar onder zich ook de overledene soufflot eu brebion bevonden.

Uit het gedaan onderzoek bleek maar al te zeer, dat het volftrekt noodzaaklijk ware, toereikende fommen, aan den te ondernemen arbeid , te koste te leggen , en , voor alle dingen , zoo ras mooglijk , plans op te nemen van alle deze Souterrains. Den 4 April 1777 werden, door een befluit van den Staatsraad, de opperde Intendant der gebouwen en de Lientenant der Politie tot Commisfarisfen benoemd, om het werk, dooide fteengroeven noodzaaklijk geworden , op gang te brengen. Dezen benoemden den bouwmeester gltileaumot , die thands nog deze plaats bekleedt, tot Controleur en Infpe&eur Général en Chef van dit gantfche werk. Op den zelfden dag, toen deze zijn ambtKk 5 aan-

Sluiten