is toegevoegd aan uw favorieten.

Nieuwe vaderlandsche bibliotheek, van wetenschap, kunst en smaak.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F. BUCHNER, WAARNEMING, ENZ. $31

met den Schriivcr niet eens zijn, dat hetgene te vooren niet geheel beflist was , door dit ééne geval zoo verre gebragt is, dat het als een bevestigd leerftuk in de Geneeskunde algemeen mag aangenomen worden , rekenen wij ons echter verpligt, om de lezing van deze overigens belangrijke waarneming den Heelkundigen aan te bevelen, ten einde door hunne gezamenlijke pogingen, dit gewigtig ftuk, op het voetfpoor van den Schrijver, ver» der te helpen voldingen,

Nadenking van eenen Staatsman, wegens zijn Minifterii in Holland. Nieuwe Druk. Te Rotterdam, bij}. Hcndrikfen. Te Leijden , bij J. van Thoir, 1800. 103 Bladz. hi gr, Octavo. De prijs is f: - 15 - :

De nadenking van eenen Staatsman beoordeeld, in eenen Brief van een Burgerman uit Zeeland, aan den Uitgever der Nadenking. Gefehikt om agter die Nadenking gevoegd te worden. Te Utrecht , bij. G. T. van Paddenburg en Zoon , 1800. 35 Bladz. In gr. Octavo. De prijs is f 1 - 7 - ;

De Staatsman doet zijne nadenking voorkomen, ah alleen op het papier gebragt, tot behulp van zijn geheugen , wanneer hij tot vcrandwoording zou geroepen worden, en de Uitgever geeft in zijn Voorbericht te kennen, dat dit Stukjen buiten weeten van den Schrijver het licht ziet, Intusfchen meent de Brieffchrijver, dat 'er in hetzelve gronden zijn , om te mogen vastftellen, dat da Op feller gewild heeft, dat het, al ware het dan niet door zijne vijanden, door anderen gelezen wierde. En wij voor ons meenen reden te hebben om te denken , dat het door den Staatsman opgefteld is, met oogmerk, om het door den druk gemeen te maken. Hetgene ons in dit vermoeden brengt, doch de aandacht van den Brieffchrijver ontfnapt fchijnt te zijn, is, dat hij zich Bladz. 11 dus uitlaat: „ Ik zal dan de werklooze uuren mij„ ner gevangenis trachten te befteeden tot het voorberei„ den mijner Landgenooten ter mijner verantwoording , j, door het nadenken der voornaamfte verrigtingen, en „ oogmerken, die ik in mijn Minifterie mij heb voorge„ fteld of ter (ten) uitvoer gebragt." Dan, indien wij hierin niet mistasten, verwondert het ons, dat deze geleerde man in taal en fpelling niet eenige meerdere jiaauwkeurigheid gebruikt heeft.

P 4 lij.