Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5** A. FOKKE, SIMONSZ.

biji uitnemenheid) eenmaal dit Wereldrond gefchapen en 0» hetzelve redelijke wezens, menfchen geheten , geplaatst heft* dat deze eerfte menfchen, het zij dotr verleiding, of door an.

fcZiZn°rm?dge °°rZak/n> Van de Deuidende voo . fchnften der onbedorven rede zijn afgeweken , en daardoor zichzelven en hunne afftammelingen eene onafzienbare reeks van jammeren en rampen veroorzaakt hebben. " En de be.TTde, deszeIfs SchriJver Cwie hij dan ook geweest zij, doch zeker nog een kenner en verèerer van den eenen waaren God) dit Dichtftuk of Gefchiedverhaal opgefMd

fc?^-2^fcIdif * T^hen ke™is v™ Verbid voor den Scaepper van het Geheeldl, als hunnen Opperheer en

ZngZCJl ?u&»p*k ™ h™ tevens de fchroomlijke gevolgen van het overtreden der Godlijke Geboden (of met andere

TuSVelanïet VerlaUn Wh<*fP°»r der onfclJde» deugd) te doen kennen en opmerken.

Wanneer men nu de Dichterlijke voortelling eener zoo be bngnjke waarheid, met eene zoo verheven en nmige bedot' n geP0nUrrf°P eCHe,n bQerteuden trant voorgedrafenvindt ini een boek, waarvan het oogmerk is, de belachlijke uiterrl„ Ju het misbeê"P wegens een kwaad , het goede

Wft «BJde t?gcnwerkend ' Weze» de menfchen vervoerd ï« Lr, a °Z, amfu Z Z^dea; wat is dan eigenaartiger, dan dat het denkbeeld bij ons ontfta, dat deszelfs Schrijver het geloof aan die waarheid (die den grondig van allen redelijken Godsdienst uitmaakt) in eenen gelijken rangp£s met het onzinnige geloof aan fpookerijën , faekferHën tovf rijen, waarzeggerijen, enz.? En zou het dan wel zoo vreemd zoo van allen grond ontbloot en ten hoog/le onvoorzichtig

^ttoemoê?' Wanne£r ine" Cen mhbruik va» *«4 Wel is waar F. verdedigt zich daar mede , dat hij zijne verhalen met uitde gewijde Boeken der Hebreeën, maar van elders, ontleend heeft. Doch dit doet (onzes inziens) niets ter zake; want eene waarheid , gelijk deze, is niet daaröra eene gewijde zaak, omdat zij in de gewijde Boeken der Hebreeën gevonden wordt, maar omdat het eene waarheid is De Grondwaarheid, m het Dichterlijk verhaal van de fchepping en den val , ls derhalven eene gewijde zaak en onzen eerbied waardig, omdat het eene waarheid is, en wel eene waar. heid, die met den redelijken Godsdienst in een onaffcheidbaar verband ftaat eene gewijde waarheid. Haar met de oneeriimde en beuzelachtige verdichtfelen van bijgeloof en Priesterbedrog, die in dit Boek ten toon gefteld worden , te vermengen en tot een voorwerp van fcherts te doen dienen , is en

™!r ïün °nZe, °2gen) een mhbruik van gwjde zaken , hoe zeer zulks ook het^ oogmerk van den Schrijver fjreliik wii gaarne geloven willen) niet geweest moge zijn. „ Ja mr.ar," zegt p, 5jCiaar de grond yan het 5elagcheHjk

„ wsn*

Sluiten